Dankbaarheid

Deel
Dankbaarheid
Meest fancy Bakker Bart die ik ooit heb gezien!

April doet wat hij wil. En in dit geval was dat een tripje naar Londen, een broodnodige vakantie naar de planeet Roadburn, jezelf in Duitsland wanen en tussendoor heel veel hoesten waardoor ik ongetwijfeld de ziekste buikspieren ooit ga krijgen - met de nadruk op ziekste.

Londen stond als eerst op de agenda. Daar stond op 7 april onze grote vriend Max Cooper in de Royal Albert Hall met een speciale show. Een betere manier om mijn verjaardag in te luiden is er niet, dus dit was, net als de rest van mijn zijn, een no-brainer.

Wie heeft er nou een brein (of broek) nodig met zoveel taart?
Altijd leuk als straten vernoemd worden naar Geerts moeder.

Omdat ik dus een no-brainer ben en geen muziekjournalist (hoewel sommige recensies me doen vermoeden dat er enige overlap is tussen deze groepen), ga ik niet uitgebreid vertellen over de show van Max. Ik kan wel wat zeggen over de impact ervan. Die is namelijk groot geweest.

De wereld voelt voor mij vaak ver weg. Onecht. Het gaat allemaal maar langs me heen zonder dat het echt gebeurt. I put the DIS in disco, maar frustrerend is het wel. Door de afstand die ik continu ervaar, voel ik me vaak vervreemd, lijkt er een dikke onpenetreerbare (in tegenstelling tot Geerts moeder) barrière te staan tussen mij en de buitenwereld. Relateren aan iets, jezelf herkennen in iets, wordt daardoor lastig. Ik kan me vaak niet herkennen in anderen, of überhaupt in de spiegel. Zo raak je al gauw in een isolement - een neiging die ik sowieso sterk heb.

Roadburn is de beste remedie tegen sociaal isolement (op Sinan na dan).
En deze (gelukkig zonder Sinan).

Vraag me niet hoe, maar Max weet met zijn woordeloze muziek die afstand moeiteloos te overbruggen. Dit is wat voor mij het dichtst bij mijn ervaring, mijn gevoel komt - alsof ik begrijp wat hij bedoelt, dit een één op één afdruk is van mijn brein. Al hoop ik dit niet voor hem, want ik heb -5 IQ en hij 500 IQ. Zoals een vriend van mij zei: mijn brein is een 200 euro laptop, zijn brein een 2000 euro laptop. Juist die herkenning heeft me in de maanden nadat Jan overleed op de been gehouden, al dan niet onder de invloed van een paddestoel. Ik maak er geen geheim van dat dat doorslaggevend was voor mij.

Kapotte 200 euro laptop.

Tijd voor een trip naar Londen dus, en ook een trip ín Londen. Met wat 2cb in ons lijf zaten we hoog in de Royal Albert Hall, en was ik blij dat ik vorig jaar LSD had gegeten in Japan en zo van mijn hoogtevrees af kwam. Want tering, wat een grote, hoge zaal is dit. Dat was maar goed ook, want heel de ruimte werd gebruikt voor de lichtshow en de projecties. Een overweldigende ervaring, zou je zeggen.

Maar ik kwam er niet in (wederom in tegenstelling tot menig man bij Geerts moeder). Dat ik concentratieproblemen heb is geen geheim; ik raak ontzettend snel afgeleid en heb mijn eigen hoofd nooit kunnen bijhouden. Of dat de ADHD is die bij mij is vastgesteld of een symptoom van mijn PTSS laat ik in het midden; zeker is wel dat focus buitenproportioneel veel moeite kost. Zo ook nu: alles trok tegelijkertijd mijn aandacht, en mijn verwoede pogingen alles te negeren behalve Max liepen op niets uit dan frustratie. Alles dat ik trachtte weg te duwen, leek dubbel zo hard binnen te komen.

Insert grap over horniman en komen hahaha.
Dit is PTSS: business as usual maar toch overal waarschuwingen!
Ook ik ben alarmed.

In die frustratie zag ik dat daar mijn "fout" lag, en dat ik mezelf concentratie verkeerd had geprobeerd aan te leren. De Duracellkonijntjes onder ons zullen het misschien wel herkennen van school en hun ouders: je moet je concentreren, je moet je focussen, je moet stilzitten, je moet hier blijven met je aandacht en al dat andere moet en zal buitengesloten worden, want deze ene taak is het enige dat telt. Klinkt logisch, maar door al dat andere continu weg proberen te drukken, verspil ik zoveel energie. Paradoxaal genoeg geef ik het juist méér aandacht: niet letten op deze irritante pratende Britten, niet letten op deze irritante pratende Britten, niet letten op deze irritante pratende Britten... Op dat moment begreep ik dat focus voor mij betekende: laat die irritante pratende Britten bestaan, laat de gedachten erover bestaan, maar volg ze niet.

Op papier klinkt dit onderscheid een beetje vaag, maar voor mij was het een wereld van verschil. Ram Dass zegt in een van zijn meditaties "You are like a gate keeper at the gate. The cars go in and the cars go out. You don’t follow them to see where they go.".

Met dat moment was het hele euvel verholpen en werd het inderdaad een overweldigende ervaring. Dit was Max z'n beste, maar ook meest duistere en harde werk, perfect in balans gebracht door de hoop die hij toch altijd goed laat weerklinken. Voor ons allebei was er niet echt ruimte meer om gedachten te hebben, en werden we compleet opgeslokt door de show van deze guy die een beetje staat te bouncen achter zijn tafel.

Het was op die duistere momenten dat we allebei dachten "oei, deze man is fucked", en ik mezelf behoorlijk kon vinden in de ellende die werd uitgezonden. Niet op het moment zelf, maar de ellende die ik achter de rug had. Nog geen jaar geleden wilde ik namelijk nog dood, en hier zat ik dan. In de Royal Albert Hall, samen met mijn favoriete persoon ter wereld, ondergedompeld in de beste ervaring die we ooit hadden gehad. Op dat moment werd ik overvallen door dit besef - "ik had dit bijna gemist", en daarmee werd ik in mijn gezicht geslagen met een enorme dankbaarheid. Dit was zó waanzinnig mooi; voor geen goud (of ijs) had ik dit willen missen, en ik was (en ben) ongelooflijk blij dat ik er nog ben en dit leven zo mooi is. Sindsdien is dat gevoel ook niet meer weggegaan.

Hier is het leven extra mooi.
Hier ook, al was Geert niet heel enthousiast om zijn moeder te bezoeken.

Terwijl dit besef nog moest indalen (net als de ballen die ik nog steeds niet heb, wtf God?), werd ik weer om de oren geslagen met iets nieuws. Ik dacht aan hoe ik me herkende in de ellende van Max, en hoe ik dan misschien toch niet zo vervreemd was als ik dacht. Immers, hij heeft dus evengoed een vervelende tijd achter de rug - anders maak je niet dit soort fucked up muziek. Maar dat is nu voorbij. Het is goed gekomen. Dat was vrij evident, want meneer stond in een uitverkochte Royal Albert Hall ook hoopvolle deuntjes te spelen.

Als ik aan hem relateer, als ik toch misschien lijk op iemand anders, als ik me herken in zijn ellende... Is die hoop dan ook voor mij? Komt het met mij dan ook goed?

Het leven komt sowieso goed met een flinke jamsessie van Mother Acids Temple in je oren, een Spice Girls crop top om je tietjes en LSD in je bloed.
Met mijn andere hersencel in mijn handen is mijn leven compleet.

Hoop doet leven, zegt men. Wat mij doet leven weet ik eigenlijk niet. Sinds ik niet meer dood wil is het leven doorgedenderd (wie koopt en verbouwt er nou een huis?), en nu ik even stil kon zitten met wat drugs en een muzikale tovenaar, kwam pas het besef dat ik dit bijna allemaal had moeten missen. Hoop voelt fragiel, maar is ieder beginnend leven dat niet? Misschien is die hoop nu sterk genoeg om vast te houden? En dan wat?

Een van de dingen die je kan doen in het leven is een debiele foto maken bij de albumcover van Animals van Pink Floyd.

Tijd om over die vragen na te denken had ik niet, want ik werd met natte wangen gewoon weer meegenomen door vader Max. Eerst door de show, en vervolgens door hemzelf naar zijn afterparty in een donkere bar met overpriced lesbiënnes en nomaden, waar iedereen verkleed was als sukkel of vampier. Laat me je vertellen dat reizen met het OV door Londen aan de 2cb een heel avontuur is, en al helemaal wanneer je eindigt in een club waar het enige licht komt van lichtgevende bollen op de tafels, waardoor je nog net kan zien dat alle hippe mensen hier een abonnement hebben bij de lokale plastisch chirurg. Met zulke lippen snap ik dat je je wendt tot snuiven in plaats van drinken. We hebben onze ogen uitgekeken, fijne gesprekken gevoerd en vooral ontzettend veel gelachen in onze debiele staat van zijn. Je kan wel stellen dat ik me geen betere verjaardag had kunnen wensen.

De vragen des levens hebben me echter niet losgelaten, en ze benauwen me nogal. Leven komt met de implicatie dat je er wat van moet maken. Iets waar ik nooit na heb hoeven denken, want de dood was altijd binnen handbereik. Hoewel ik normaliter goed presteer onder druk (vraag maar aan Geert wat voor grote smoel ik heb tegen de politie), is dit soort druk al gauw teveel. Zeker in combinatie met alles dat nog moet in het nieuwe huis, en dat ik op Roadburn en Max na de hele maand april ziek ben geweest. Tel daarbij op dat ook de verhuizing een hoop dingen naar boven doet brengen. Dan is het allemaal teveel, maar omdat ik niet vooraan stond bij het uitdelen van de emotieregulatie (wel bij schoonheid), krijg ik dat ook niet verminderd. Hoe doen anderen dit? Of worden zij niet continu overvallen met het besef dat ze leven, dat alles zo intens is, zo echt, zo mooi? Hoe gaan ze om met de druk om er dan ook nog wat van te maken? "You don't wanna waste your life, darling", benadrukt Adam Duritz stellig terwijl ik dit schrijf. Voer de druk nog even op, joh. Ik ga wel weer K3 luisteren.

Goede verjaardag.
Woonkamer update, want het is niet compleet zonder de laatste Roadburn poster.

Wanneer je harde schijf vol is, kan je er een externe harde aan hangen, net als bij bottom surgery. En wanneer je zenuwstelsel je niet gereguleerd krijgt, moet je er maar een andere bij pakken. Katten zijn daar een uitstekend voorbeeld van, en in zekere zin zou je mijn huisarts ook als kat kunnen omschrijven: een fijne balans tussen nabijheid en afstand, miauwt een beetje raar (soms iets nuttigs, meestal niet), opzich wel lief en heeft dus een kalmerende werking op mij door het aan te raken. Oh, en ik heb mijn leven er aan te danken, maar dat is bijzaak. Want zoals je leest brengt leven allerlei vragen en gedoe met zich mee. Deze post is een hele lap tekst en dat is zijn schuld.

Ik hou oneindig van deze twee. Zij vinden mij wel oké.
Gelukkig is er nog iemand die wél van mij houdt.
Ik kan hier echt niks zinnigs over zeggen.

Na de grote hoogtes van Londen en Roadburn kon ik dus de bodemloze put van ellende in: Woensel, waar bovengenoemd persoon zijn spawnpoint heeft. Waar ik me voor die afspraak enorm overloaded en wanhopig voelde, lijkt alles nu, een week later, een stuk lichter. Wat een vangnet en veiligheid wel niet teweeg kunnen brengen.

Het verandert niets aan de situatie natuurlijk, en ik ervaar het nog steeds als overweldigend. Hoe doen anderen dit? Hoe navigeren zij een brein dat nooit stilstaat, en dat je continu probeert te kidnappen met alle gedachten en to-do lijstjes? En hoe jongleren ze dat met de "wow dit is amazing ik leef nog en dit is mooi alles is mooi holy shit ik besta"? Waar laten ze die dankbaarheid? Hoe houden ze dit allemaal vast zonder continu over te lopen en te ontploffen? En dan kunnen ze ook nog werken, de (Henny) huisman uithangen, een sociaal leven hebben, naar de wekelijkse pottenbakavond/voetbal/whatever het is dat mensen doen...

De kunst is om die dingen te laten gaan in plaats van te onderdrukken, ze te laten zijn zonder ze te volgen. Die dankbaarheid waarvan ik niet wist wat ik ermee moest, kan ik stoppen in alles dat ik doe. Dat hoef ik niet te dragen, want dan wordt het al gauw teveel, hoopt het zich op en wordt het (in mijn geval) weer boosheid en frustatie. Beetje het tegenovergestelde van het "wow dit is amazing ik leef en dit is mooi" die het oorspronkelijk is. Je verandert niets aan wat je doet, alleen aan je beleving, je invulling."Before enlightenment, chop wood, carry water. After enlightenment, chop wood, carry water", zoals de Boeddhisten zeggen. Niet dat ik enlightened ben (zelfs niet na per ongeluk whitening creme in Japan te hebben gebruikt). Maar ik kan wel proberen aanwezig te leven.

Carry water, want de Boeddha had geen regenton. Wij wel, instant enlightenment.
Enlightenment.
Met onze andere ginger (die is denk ik ook wel enlightened).

Laten gaan dus. Of het nou gedachten zijn, herbelevingen, nachtmerries, de hele PTSS-checklist. Mijn chirurg zei dat het soms ook gewoon goed is om niet meer te graven, en dingen maar gewoon te laten zijn zoals ze zijn. Dat laatste vond ik wel een pikante uitspraak voor iemand die als beroep genitaliën-aanpasser heeft, al heeft ze wel gelijk. Graven is voor in de tuin, en dat heb ik de laatste tijd volop gedaan. Net als in mijn hoofd zit het vol met puin, brokstukken en botten. De grootste stukken haal ik weg of slaat Geert met de hamer stuk. De kleine steentjes? Lekker laten zitten. Het heeft geen zin om alles te filteren, om overal van af proberen te komen; uiteindelijk zijn het maar gedachten. Ookal lijkt dat het doel geweest te zijn van elke GGZ-instelling waar ik tot nu toe ben geweest. Kom zo snel mogelijk van je klachten af, zodat je weer kan "meedraaien". 100 powerpoints over hoe je van je depressie of suïcidale gedachten af moet komen, maar geen enkel woord over hoe je moet leven na die suïcidale gedachten.

Over chirurgen gesproken: mijn borstverwijdering in een notendop.
SGP vindt mij een vrouw dus ik ging poetsen (eigenlijk is mijn bruin gewoon besmettelijk en veeg ik het af aan de schuur).

Ik vertel mijn huisarts-danwel soort van kat-danwel surrogaatouder over mijn ervaring bij Max, en hoe dankbaar ik ben voor zijn aandeel hierin. En dat hij dat aandeel ook mag erkennen, ookal is hij "maar" huisarts. Dit stuit vaak op protest. Nu niet. Even is het stil.

"Misschien is dat wel wat je nodig hebt, niet iemand die zegt wat je allemaal moet doen, maar iemand die gelooft dat jij het zelf wel kan."

Mijn beurt om stil te zijn. Even dan.

Net zoals bij mijn mentale problemen is het een berg en is er geen eind in zicht.
Real life Minecraft.
Dieper kan ik niet zinken.

Niemand heeft een volledige landkaart voor het leven. Met een beetje geluk hebben je ouders wat dingen voor je ingevuld, maar soms begin je met een leeg vodje en een kapotte pen van 123inkt. Het is verleidelijk om die achterstand te willen inhalen, om zo veel mogelijk op dat vodje te kladden omdat je snakt naar duidelijkheid, naar controle. Voor mij heeft dit niet gewerkt.

Wat wel werkt?

Ik weet het niet. Loslaten en sturing klinken alsof ze niet samengaan, maar misschien kan het wel. Een zachte hand, iemand die me advies geeft (dat ik in de wind mag slaan), zonder gehecht te zijn aan een bepaalde uitkomst. Komen we toch weer op de Bhagavad Gita uit:

You have a right to perform your prescribed duty, but you are not entitled to the fruits of action. Never consider yourself the cause of the results of your activities, and never be attached to not doing your duty.

(Hoofdstuk 2, vers 47)

Whatever you do, whatever you eat, whatever you offer or give away, and whatever austerities you perform – do that, O son of Kuntī, as an offering to Me.

(Hoofdstuk 9, vers 30)

Oftewel: doe wat je moet doen, doe dat met alles dat je hebt, want meer kan je niet doen. Althans, dat is wat ik ervan maak met mijn -5 IQ. En die "Me" aan wie je dat moet offeren? In dit boek gaat het om Krishna, belichaming van het universum, van alles, van puur bewustzijn en liefde. Tsja. Klinkt heel Zweef McTeef, maar ik maak er vooral uit op dat je alles moet doen met en vóór de dankbaarheid en liefde die ik eerder noemde, die het leven inherent bij zich lijkt te dragen.

Welke dingen het concreet zijn die ik moet doen, weet ik niet, en dat hoeft ook niet. Ik begin met de kleine dingen en bekijk het ademhaling voor ademhaling. Het hoeft niks groots te zijn. Als ik gewoon brood bak, de vaatwasser uitruim en Geert laat zuchten terwijl alles niet mega ver weg voelt, ben ik al extreem content. En als dat niet lukt, begin ik gewoon opnieuw.

Natuurlijk is er nog genoeg werk aan de winkel, en moet er iets aan die hoge druk gedaan worden opdat ik niet weer dagen in foetushouding doorbreng. Maar dat is niets dat ik niet kan. Zeker niet met Geert, de 12(!) katten in de straat en de kat met een huisartsendiploma. Dat vertrouwen heb ik nooit gehad, en daarmee groeit de hoop en zekerheid op een mooi leven. Wat ik daar dan ook mee doe.

Al zal dat de komende tijd vooral nog graven zijn. Ben ik toch in het verkeerde lichaam geboren - ik had een Duitser moeten zijn.

Het leven.